Rekenen met Roodkapje

DATE

December 12, 2013

VOLKSKRANT
VAN ONZE VERSLAGGEVER TONIE MUDDE

Het sprookje van de wolf en de zeven geitjes heeft dezelfde oermoeder als Roodkapje. Een onverwachte ontdekking dankzij computeronderzoek.
AMSTERDAM -­‐Met brute rekenkracht hopen cultuuronderzoekers verrassende verbanden teontdekken tussen mythen, sprookjes en sagen. Morgen organiseert het Meertens Instituut inAmsterdam een internationale bijeenkomst over het belang van computeronderzoek bij folklore encultuur.
Een van de onderzoeken die ter sprake komt, is van de Britse onderzoeker Jamie Tehrani, die recentrekende met Roodkapje en deWolf en de Zeven Geitjes. Tehrani groef in eeuwen van wereldliteratuur naar varianten van deze sprookjes en liet de computer zoeken naar verbanden. Zo kon hij aannemelijk maken dat de twee sprookjes ontstaan zijn uit één enkel sprookje dat zijn geboortegrond kent in Europa.
De techniek die Tehrani gebruikte, is geïnspireerd door de manier waarop biologen met computersnaar verbanden zoeken tussen soorten, om zo een evolutionaire stamboom te tekenen.
Een van de sprekers bij de bijeenkomst in het Meertens Instituut is de Belg Mike Kestemont die aleens rekende aan de 13de eeuwse ridderromanWalewein en het schaakbord. Door de computer telaten zoeken naar stilistische veranderingen, kon hij statistisch aantonen dat de roman geschrevenis door twee auteurs. Ook kon hij aanwijzen waar de ene auteur was gestopt met schrijven en deandere begon.
‘Big data zijn helemaal hot onder cultuuronderzoekers’, zegt Theo Meder van het MeertensInstituut. ‘We kunnen nu evidencebased conclusies trekken op basis van grote hoeveelheden tekst.De uitkomsten daarvan kunnen een nieuw licht werpen op bestaande theorieën.’
Meder verwijst naar Vladimir Propp, een Rus die in 1928 aantoonde dat alle sprookjes een vergelijkbare verhaalstructuur volgen. ‘Hij trok die conclusie op basis van honderd sprookjes, meteen handmatige analyse. In de volksverhalenbank van ons instituut staan nu al duizendensprookjes. Ik ben reuze nieuwsgierig of de Propp-­‐formule standhoudt als je computers loslaat opdie verzameling.’
Ook de Leidse onderzoeker Peter Burger is enthousiast over de mogelijkheden vancomputeronderzoek bij volksverhalen en geruchten. Burger doet studies naar broodjeaapverhalen. Zo circuleerde onder sommige moslims een tijdje geleden het gerucht dat de naam Allah te lezenwas in een a`levering van de kinderboekenserieWoezel en Pip.
‘Het lijkt me prachtig om via openbare Facebookpro`ielen te traceren hoe zo’n broodjeaapverhaalrondzingt.Wat is de leeftijd van de verspreiders? Zijn zij vooral mannen of vrouwen? Hoe zit zo’n netwerk geogra`isch in elkaar?
‘Het gevaar bij onderzoek met big data is wel dat je het alleen maar gaat doen omdat het kan. Je zulteerst toch echt een interessante onderzoeksvraag moeten verzinnen voordat je die computers aanhet werk zet.’
Twee sprookjes, één stamboom
Onderzoekers van Durham University rekenden onlangs de stamboom uit van twee sprookjes:Roodkapje en DeWolf en de Zeven Geitjes. Ze blijken een gemeenschappelijke voorouder te hebben, wat de overeenkomsten tussen de sprookjes verklaart. De sprookjes circuleren al eeuwenlang in allerlei varianten, in Azië bijvoorbeeld met een tijger als schurk.

De wolf en de zeven geitjes
Moedergeit gaat de deur uit en maant haar geitjes de wolf niet binnen te laten bij haar afwezigheid.De wolf weet met een list toch binnen te dringen en eet het jongste geitje op. Als moeder terugkomt,ziet ze de wolf slapen onder een boom. Moeder snijdt zijn buik open en haalt het geitje eruit.
Roodkapje
De grote, boze wolf dringt het huis van de grootmoeder van Roodkapje binnen, eet de oude vrouwop en gaat in het bed liggen. Als Roodkapje aankomt, denkt ze in eerste instantie dat haar oma inhet bed ligt. De wolf maakt van de verwarring gebruik door ook Roodkapje op te eten en gaatdaarna een dutje doen.
Een jager redt de dag: hij snijdt de buik van de wolf open en bevrijdt zo Roodkapje en haar grootmoeder.
De Persgroep Digital. Alle rechten voorbehouden.